De luchtkwaliteit hangt af van drie factoren:

  1. verontreinigingen in de buitenlucht
  2. verontreinigingen die binnen vrijkomen in de lucht
  3. ventilatie en luchten

De buitenlucht bepaalt de basiskwaliteit van de binnenlucht. Buitenlucht is bijna altijd gezonder dan de binnenlucht. Voor de meeste in de lucht aanwezige stoffen geld dat de concentratie binnen nooit lager wordt dan buiten. Van enkele verontreinigingen van de buitenlucht dalen de concentraties binnen.

Gebouwen bevatten veel bronnen die de binnenlucht verontreinigen. Bronnen zijn onder andere bouwmaterialen, inrichtingsmaterialen, apparaten en mensen. Te denken valt aan sporen door schimmels, radon uit beton, geurstoffen van mensen, virussen door hoesten en praten, etc. De concentraties van verontreinigingen binnen worden verdund door ventilatie (oftewel aanvoer van frisse buitenlucht).


Ventilatie

Ventilatie is nodig om de verontreinigingen die binnen vrijkomen af te voeren naar buiten. Deze meeste verontreinigingen binnen zijn afkomstig van de aanwezigen. In een klaslokaal komen zoveel verontreinigingen vrij, dat zonder ventilatie de lucht binnen een kwartier bedompt is. Hoe groter de ruimte, hoe langer het duurt voordat een bepaalde concentratie wordt bereikt. Het verschil tussen grote en kleine ruimten is echter niet groot; na één tot twee uur verdwijnt dit verschil zelfs helemaal.